Grenzen stellen

terug naar overzicht →

Kinderen zoeken vaak, bewust of onbewust, de grenzen op. Ze verkennen de grenzen en lijken om vrijheid te vragen. Niets is minder waar! Kinderen verkennen de grenzen maar hebben de volwassenen nodig om de grenzen voor hen te bepalen. Kinderen hebben (net als volwassenen trouwens) regels en grenzen nodig. Het stellen van grenzen geeft hen veiligheid en structuur en daarmee een goede basis voor een gezonde ontwikkeling.

Grenzen=veiligheid

Tegenwoordig lijken veel ouders moeite te hebben met het stellen van grenzen. (Prof. dr. Jo Hermanns schreef er een oratie over: Het opvoeden verleerd). Kinderen moeten het vooral fijn en leuk hebben. Kinderen moeten alle mogelijkheden krijgen en geen beperkingen opgelegd krijgen. We maken de weg voor hen vrij van hobbels en tegenslag. We geven liever toe dan dat we consequent aan onze regels vasthouden. En eerlijk gezegd, zien we er tegen op om op te treden en de strijd aan te gaan. Dat kost ons teveel energie. Maar we ontnemen het kind daarmee het gevoel van veiligheid!

Verkeersregels

Stel je eens voor dat er geen verkeersregels waren. Links, rechts of voor, wie neemt er voorrang? Rechts aanhouden op de weg, of links, of maar net waar je zin in hebt? Zouden er helemaal geen verkeersregels zijn, dan zouden we niet weten wat we van andere verkeersdeelnemers kunnen verwachten.  Chaos zou het gevolg zijn.  Voor het veilig deelnemen aan het verkeer zijn verkeersregels heel prettig en heel belangrijk!

Veilig en sociaalvaardig

Terug naar onze kinderen. Kinderen willen van nature de wereld ontdekken. Zonder regels en grenzen ervaart het kind te weinig veiligheid en structuur. Het weet dan niet wat er van hem of haar verwacht wordt en weet niet wat het van de ouders kan verwachten. Bovendien maken we met toegeven ons kind ook niet sociaalvaardig. Mensen zijn sociale wezens. Het is fijn als een kind leert omgaan met anderen en rekening houden met een ander!

sociale vaardigheid

Samen spelen – sociale vaardigheid

 

Frustraties

Een kind kan gefrustreerd raken van een ouder die steeds weer grenzen stelt. Toch hebben kinderen dit nodig. En als ouders de regels en grenzen consequent blijven hanteren, zal dat uiteindelijk ook voor veel rust en een betere sfeer in het gezin zorgen.

Tips voor grenzen stellen

Grenzen stellen dus. Maar hoe doe je dat? Hier volgen enkele tips:

  • Regels moeten zinvol zijn. Ze moeten het kind iets leren of het kind beschermen.
  • Regels moeten haalbaar zijn. Ze moeten niet te moeilijk zijn of te veel van het kind vragen
  • Er moeten niet te veel regels zijn. Teveel regels geven frustratie. Bedenk wat belangrijke regels zijn en ga met de andere dingen wat soepeler om.
  • De regels van beide ouders moeten hetzelfde zijn. Verschil in regels leveren onduidelijkheid op en geven het kind de mogelijkheid ouders tegen elkaar uit te spelen.
  • De regels moeten passen bij de ontwikkeling van het kind. Bij een kind van 2 stel je andere regels dan bij een kind van 6. Het kind moet de regel kunnen begrijpen. De regels moeten niet te veel vragen van het kind maar het kind ook niet teveel beperken.
  • Geef het goede voorbeeld. Als het kind maar 1 koekje mag, maar de ouder neemt er meer, dan is dat veel lastiger te accepteren voor een kind.

Hoe werkt het?

Bij kinderen vanaf ongeveer anderhalf jaar kun je beginnen met het stellen van eenvoudige regels. Knopjes hebben een enorme aantrekkingskracht op kinderen. Maar je kunt ze best leren dat ze niet aan de knopjes van de vaatwasser/kookplaat/enz. mogen kopen. Kijk er niet raar van op als je kind dat toch gedaan heeft als jij even weggelopen bent. Dat is niet  uit ondeugendheid. Voor kinderen tot ongeveer 3 jaar verdwijnt de regel met jouw directe aanwezigheid. Pas met een jaar of 6 heeft een kind een geweten ontwikkeld.

Een klein kind dat ‘nee’ zegt en vervolgens toch aan de hete verwarming pakt, doet dit ook niet om jou uit te testen. Het herhaalt gewoon letterlijk wat jij steeds zegt, maar begrijpt nog niet wat het betekent.

Belonen werkt beter dan bestraffen. Complimenten en positieve bewoordingen geven voor het kind aan wat er verwacht wordt en wat gewenst gedrag is. Maar soms ontkom je er niet aan om het kind toch te bestraffen.

Gewenst gedrag benoemen

Spreek je een kind aan, zak dan altijd door de knieën tot je op ooghoogte van het kind bent. Geef duidelijk aan wat gewenst gedrag is en probeer de gevoelens van het kind te benoemen: ‘Ik begrijp dat je het leuk vindt om op de bank te springen. Maar dan gaat de bank kapot. Op de bank mag je zitten.’ Of: ‘Ik zie dat je boos bent. Jij wil ook graag een appel met het mesje schillen hè? Het mesje is scherp en dan kun je je snijden. Dat doet pijn. Maar jij mag wel de appelstukjes in het schaaltje doen.’

Consequent zijn

Het consequent toepassen van regels kan soms heel vermoeiend zijn. Een jong kind kan keer op keer weer de grens (proberen) over te gaan. Het kan dan helpen om het kind uit de situatie te halen. Neem het kind even mee naar een andere ruimte/hoek. Blijft het kind volhouden, zet het dan even apart. Wees ook dan duidelijk en concreet in je boodschap: ‘Ik wil dat je het glas laat staan/ ik wil dat je aan tafel blijft zitten/ Ik wil niet dat je je zusje slaat/.

Maar wat vooral belangrijk is: neem de tijd! Jonge kinderen gaan vooral in de weerstand als je druk bent, gehaast bent of moe bent. Ze voelen dit feilloos aan. Zorg dus goed voor jezelf, plan niet teveel, neem de tijd om consequent te zijn. En lukt het een keertje niet? Morgen weer een nieuwe dag om met goede moed te beginnen. Ouders zijn ook maar gewoon mensen…. 😉

 

 

Meer informatie over grenzen stellen vind je o.a. op de volgende opvoedsites: www.opvoeden.nl, www.opvoedadvies.nl, www.onlinepedagoog.nl.

stopbord-grenzen stellen